Voorbeschouwing: Donostia San Sebastian Klasikoa 2026 — de Tour is nog niet koud, of Baskenland roept alweer om bloed
Een week nadat Tadej Pogačar in Parijs de handen in de lucht stak, verkast de wielerkaravaan naar het noorden van Spanje voor een heel ander soort spektakel. Geen drie weken venijn, maar één dag pure, ongefilterde ellende in de Baskische heuvels. Zaterdag 1 augustus 2026 is het weer zover: de 45e editie van de Clásica San Sebastián, in het Baskisch de Donostia San Sebastian Klasikoa. Een koers die zich niets aantrekt van wie er net drie weken lang de benen uit het lijf heeft gereden, en die tegelijk garant staat voor een openbaring op de fiets.
Geschiedenis & Context
De Clásica San Sebastián is, naar wielernormen, een jonge klassieker. Ze werd in 1981 uit de grond gestampt op initiatief van OCETA, de Baskische wielerorganisatie, en groeide in nog geen halve eeuw uit tot een vaste waarde op de WorldTour-kalender. Wat de koers uniek maakt, is haar plek in het seizoen: exact één week na de laatste Touretappe in Parijs.
Dat tijdstip is meteen de kern van haar aantrekkingskracht. Voor de renners die de Tour hebben uitgereden, is San Sebastián de eerste kans om die opgebouwde vorm — vaak op een unieke, want zeer specifieke, manier gepiekt — direct te verzilveren in een eendagskoers. Voor wie de Tour heeft laten schieten, is het juist een test: is de frisheid van een rustperiode een voordeel, of mist die groep domweg de wedstrijdscherpte van drie weken koers? Het resultaat is een veld waarin twee soorten conditie botsen, en dat maakt de koers traditioneel notoir onvoorspelbaar.
Het palmares liegt er niet om. Namen als Miguel Induráin, Laurent Jalabert, Alejandro Valverde, Paolo Bettini en Philippe Gilbert wonnen hier, en in het moderne tijdperk drukte vooral Remco Evenepoel zijn stempel op de koers met overwinningen in 2019, 2022 en 2023. Vorig jaar was het Giulio Ciccone die met een solo op de slotklim iedereen te snel af was, voor Jan Christen. Sindsdien geldt: wie hier wint, wint een koers waar zelden een sprinter of een gelegenheidsrenner met de bloemen naar huis gaat.
Vernieuwingen ten opzichte van vorig jaar
De organisatie blijft trouw aan een beproefd recept, maar knijpt dit jaar wel nadrukkelijker in de duimschroeven. Het parcours van 2026 telt zeven geklasseerde beklimmingen, tegenover zes vorig jaar — een uitbreiding die de koers net dat tikkeltje selectiever moet maken. De afstand groeit mee: van 211,4 kilometer in 2025 naar 221,1 kilometer dit jaar, met een totale hoogtemeterstelling van ruim 4.150 meter.
De belangrijkste toevoeging is de Alto de Kalbario, een nieuwe en voor de meeste renners nog onbekende klim vroeg in de koers (2,2 kilometer aan gemiddeld 8 procent). Ook de Alto de Azkarate, doorgaans slechts sporadisch opgenomen in het parcours, keert dit jaar terug (4,2 kilometer aan 7,3 procent). Beide klimmen fungeren vooral als opwarmertje voor het echte werk, maar zorgen er wel voor dat het peloton al vroeg op scherp moet staan. Start en finish blijven, zoals ieder jaar, op de Boulevard in het hart van Donostia-San Sebastián.
Het parcours in grote lijnen
Vergeet het woord 'etappe': de Clásica San Sebastián is een koers van één dag, één rit, en één lange aanloop naar een explosieve ontknoping. Na de start op de Boulevard buigt het parcours eerst westwaarts langs de kust, via Zarautz, Zumaia, Deba en Mutriku, voordat de renners landinwaarts draaien richting Tolosa en Lezo. Onderweg passeren de nieuwe Kalbario en Azkarate, gevolgd door de Alto de Urraki als eerste echte krachtmeting.
Maar het is het slot dat, zoals altijd, het verschil gaat maken. Rond de 60 kilometer van de streep begint de beruchte drieklapper die van deze koers een klassieker met tanden maakt:
- Jaizkibel (7,9 km aan 5,6%) — de mythische klim van de koers, die de wedstrijd opent maar zelden meteen beslist.
- Erlaitz (4,0 km aan 10,3%) — kort maar keihard, en traditioneel de plek waar de pure klimmers hun kaarten moeten uitspelen.
- Murgil Tontorra (2 km aan 9,6%) — de laatste horde, op amper 8 kilometer van de finish, en de facto de scheidsrechter van de koers.
Wie op de Murgil een gaatje slaat, heeft een reële kans om dat tot de Boulevard te bewaren — de afdaling naar Igeldo en Ondarreta is technisch en snel, en vraagt een foutloze lijnkeuze. Vorig jaar demonstreerde Ciccone precies dat scenario: hij sloeg zijn slag op de slotklim en hield stand tot de streep. Komt het toch tot een groepje aan de meet, dan telt naast klimkwaliteit ook de eindsnelheid mee langs de baai van La Concha. Kortom: een parcours voor klimmers met venijn in de benen, maar met net genoeg ruimte voor een snelle puncheur om mee te profiteren.
Het weer
De vooruitzichten voor Baskenland in het weekend van 1 augustus wijzen op klassiek zomerweer aan de noordkust van Spanje: overdag temperaturen rond de 25 graden, 's nachts en in de vroege ochtend rond de 21 graden, met een matige wind uit het noordwesten (rond windkracht 3) en een geleidelijk toenemende kans op zon. Van extreme hitte zoals in het binnenland van Spanje is in San Sebastián dit weekend geen sprake — de ligging aan de Golf van Biskaje houdt de temperaturen relatief mild.
Dat betekent niet dat het weer geen rol speelt. Een matige noordwestenwind langs de kustgedeelten tussen Zarautz en Mutriku kan zorgen voor waaiers in het eerste deel van de koers, zeker als ploegen als Red Bull-BORA-hansgrohe of UAE Team Emirates-XRG de koers willen controleren of juist willen destabiliseren. Voor de finale telt vooral de temperatuur: rond 25 graden in de namiddag is precies warm genoeg om na 200 kilometer koers de vermoeidheid in de benen te laten doorslaan op de laatste, keiharde hellingen — ideaal weer dus om een klassieker te laten ontploffen, niet om te laten sudderen.
Team Visma | Lease a Bike in de schijnwerpers
Voor Team Visma | Lease a Bike is de Clásica San Sebastián een unieke gelegenheid om iets goed te maken. De ploeg trok met torenhoge ambities naar de Tour de France, maar zag het scenario met kopman Jonas Vingegaard al in de tweede week uit elkaar vallen na diens val. Wat volgde, was een ploeg die zich hergroepeerde en met man en macht bleef knokken — bewonderenswaardig, maar zonder het beoogde eindresultaat.
In San Sebastián ligt de verantwoordelijkheid bij Matteo Jorgenson. De Amerikaan kende een wisselvallige Tour, maar kroop in de laatste week weer naar boven en toonde daarmee dat de vorm aanwezig is. San Sebastián is precies het soort parcours — lang, zwaar, met een venijnige climax — waarop Jorgenson zich de voorbije jaren al meermaals in de kijker reed. Hij komt naar Baskenland met iets recht te zetten, en zal willen laten zien wat hij daadwerkelijk in huis heeft wanneer het er echt op aankomt.
Om hem heen stelt de ploeg een compacte maar functionele selectie op: Victor Campenaerts, Ben Tulett, Louis Barre, Bart Lemmen, Tim Rex en Steven Kruijswijk. Een ploeg zonder overduidelijke tweede kopman, maar met genoeg ervaring en motoren om lang grip op de koers te houden en Jorgenson in de finale zo fris mogelijk bij de besten af te leveren. Tulett en Lemmen kunnen bovendien, mocht de kans zich voordoen, zelf een aanval wagen — al ligt de focus onmiskenbaar bij Jorgenson.
De vraag is of het genoeg is. Visma | Lease a Bike moet het in deze koers afleggen tegen ploegen met pure toppers in de vorm van hun leven, en Jorgenson zal alle registers moeten opentrekken om zich tussen namen als Evenepoel, Ciccone en Landa te mengen. Maar als er één parcours is waarop hij dat kan waarmaken, dan is het dit.
Deelnemersveld & Sterrenverdeling
Het deelnemersveld is opnieuw uitpuilend van klasse, met een curieuze mix van Tourbenen en uitgeruste specialisten. Grote afwezige in de discussie is niemand minder dan Tadej Pogačar, die na zijn Tourzege past voor deze koers — een geruststelling voor de rest van het veld, al blijft de concurrentie moordend.
De topfavoriet. Er is dit jaar weinig discussie mogelijk: Remco Evenepoel (Red Bull-BORA-hansgrohe) reed de Tour de France uit met een vorm die hem tot de gevaarlijkste man van het veld maakt. Drievoudig winnaar van deze koers (2019, 2022, 2023), en een renner die zowel de korte, explosieve hellingen als de langere krachtmetingen aankan. Als hij een goede dag heeft, is dit een koers om te verliezen in plaats van te winnen.
De uitdagers.
- Giulio Ciccone (Lidl-Trek) — titelverdediger, en een renner die vorig jaar exact liet zien hoe je deze koers wint: aanvallen op de Murgil en solo naar de streep. Zijn voorbereiding dit jaar (enkel het Italiaans kampioenschap na de Giro) is een vraagteken, maar vorig jaar bewees hij dat weinig koersen geen garantie is voor weinig vorm.
- Jan Christen (UAE Team Emirates-XRG) — nummer twee van vorig jaar, en terug met steun van onder meer Benoît Cosnefroy en Jhonatan Narváez.
- Mikel Landa (Soudal Quick-Step) — terug na een lange blessureperiode, met een ploeg gebouwd om hem tot ver in de finale te loodsen.
- Carlos Rodríguez, Felix Gall en Enric Mas — de klassieke klimmersgroep die zich normaliter op de Erlaitz moet tonen, met Mas bovendien als thuisrijder met extra motivatie.
- Lenny Martínez (Bahrain Victorious) — kwam sterk uit de Tour (vijfde in Parijs) en kan de puncheurskaart trekken.
- Julian Alaphilippe en Marc Hirschi (Tudor) — twee gewezen winnaars die, ook al zijn ze niet de eerste namen die genoemd worden, in deze koers nooit volledig mogen worden afgeschreven.
Verder verdienen ook Christian Scaroni (XDS Astana, na eerdere podiumplekken dit seizoen in Baskenland en Castilië-León), Primož Roglič en Ben Healy een vermelding als renners die op hun dag voor een verrassing kunnen zorgen.
Sterrenverdeling voor de eindzege
- ⭐⭐⭐⭐⭐ Remco Evenepoel — de topfavoriet, en op basis van zijn Tourvorm de man die dit eigenlijk alleen zelf kan verliezen.
- ⭐⭐⭐⭐ Giulio Ciccone — titelverdediger met een bewezen recept voor precies dit parcours.
- ⭐⭐⭐ Jan Christen — vorig jaar al tweede, dit jaar met een sterkere ploeg om hem heen.
- ⭐⭐ Mikel Landa / Carlos Rodríguez — de klimmersgroep die garant staat voor vuurwerk op de Erlaitz.
- ⭐ Matteo Jorgenson — de gevaarlijke outsider, met iets recht te zetten na een moeizame Tour en een parcours dat hem als gegoten zit.
Zaterdag om 11.05 uur klinkt het startschot op de Boulevard van San Sebastián. Rond 16.45 uur weten we of Evenepoel zijn vierde zege binnenhaalt, of dat Baskenland ons — zoals wel vaker — gewoon weer voor de gek houdt.
Sleutelpunten in koers
| KM | Type | Naam | |
|---|---|---|---|
| 18.9 | climb | Alto de Zudugarai | |
| 31.5 | Zumaia | ||
| 55.9 | climb | Kalbario (2.2 km à 8%) | |
| 70.3 | climb | Azkarate (4.2 km à 7.3%) | |
| 90.8 | climb | Urraki (8.6 km à 6.9%) | |
| 103.9 | Tolosa | ||
| 111.5 | climb | Alkiza (4.4 km à 6.2%) | |
| 141.5 | sprint | 1st passage of the finish line | |
| 158.7 | climb | Jaizkibel (7.9 km à 5.6%) | |
| 171.0 | Irún | ||
| 178.4 | climb | Erlaitz (3.8 km à 10.6%) | |
| 203.6 | sprint | 2nd passage of the finish line | |
| 213.0 | climb | Murgil (2.1 km à 10.1%) |
Selectie Team Visma | LeaseaBike
Bart Lemmen
Ben Tulett
Louis Barré
Matteo Jorgenson
Steven Kruijswijk
Tim Rex
Victor Campenaerts
Reactie plaatsen
Reacties