Tour de France 2026: etappebeschrijvingen
Duik dieper in elke etappe van de Tour de France 2026. Van start tot finish, ontdek de uitdagingen en kansen die onze renners te wachten staan. Wij bieden een gedetailleerd overzicht van het parcours en de cruciale momenten.

Etappe 1: Barcelona – Barcelona
Dag en datum: Zaterdag 4 juli 2026
Afstand: 19,6 kilometer
Hoogtemeters: 220
Type: Teamtijdrit
De 113e editie van de Tour de France gaat van start met een ploegentijdrit door Barcelona. Over een afstand van 19,6 kilometer krijgen de teams direct een eerste kans om tijd te winnen of te verliezen in het algemeen klassement.
Het parcours begint aan de Middellandse Zeekust en voert de renners aanvankelijk over brede, snelle en grotendeels vlakke wegen langs de kustlijn van Barcelona. In de eerste helft van de rit ligt de nadruk op pure snelheid en ploegorganisatie. Hier zullen de sterkste tijdritformaties hun collectieve kracht kunnen uitspelen.
Na passage langs enkele van de bekendste stadsboulevards verandert het karakter van de etappe. De slotfase trekt richting Montjuïc, waar twee opeenvolgende beklimmingen naar het Olympisch Stadion het verschil moeten maken. Op deze klimsecties wordt niet alleen het vermogen van de ploeg getest, maar ook de individuele kwaliteiten van de klassementsrenners.
Een bijzonder element van deze openingsrit is het tijdsregistratiesysteem. Hoewel het een ploegentijdrit betreft, worden de tijden individueel geregistreerd voor het algemeen klassement. Daardoor kunnen verschillen ontstaan tussen ploeggenoten wanneer het team in de finale uiteenvalt.
De eerste gele trui van de Tour de France 2026 zal daardoor vrijwel zeker terechtkomen bij een renner uit een van de sterkste tijdritploegen van het deelnemersveld.

Etappe 2: Tarragona – Barcelona
Dag en datum: Zondag 5 juli 2026
Afstand: 182,4 kilometer
Hoogtemeters: 2049
Type: Heuvelachtige etappe
Na de ploegentijdrit in Barcelona krijgt het peloton op de tweede dag van de Tour direct een veel selectievere opdracht voorgeschoteld. De rit van Tarragona naar Barcelona telt 182,4 kilometer en combineert een lange kustpassage met een technisch en heuvelachtig slot in de Catalaanse hoofdstad.
De etappe start in Tarragona, de historische havenstad aan de Costa Daurada. In de openingsfase volgt het parcours grotendeels de Middellandse Zeekust. De renners passeren verschillende badplaatsen langs de Catalaanse kustlijn, waarbij de eerste helft van de rit volgens de officiële routebeschrijving relatief eenvoudig verloopt. De route voert onder meer langs Sitges, bekend om zijn ligging aan zee en panoramische kustwegen.
Na deze kuststrook verandert het karakter van de etappe aanzienlijk. Vanaf de omgeving van Begues wordt het parcours volgens de organisatie “veel grilliger en veeleisender”. De wegen lopen hier meer landinwaarts en het terrein wordt duidelijk geaccidenteerder, waardoor de koers voor het eerst in deze Tour kansen biedt aan aanvallers en punchers.
De absolute scherprechter bevindt zich echter in Barcelona. Na de binnenkomst in de stad wacht een lokale omloop door het groene parkgebied rond Montjuïc. Centraal staat de beklimming naar het Castell de Montjuïc, een klim van 1,6 kilometer waarvan 600 meter aan een stijgingspercentage van 13 procent liggen. Deze helling wordt maar liefst drie keer beklommen.
Die herhaalde passages over Montjuïc maken de finale bijzonder explosief. Renners die mikken op het algemeen klassement krijgen hier al vroeg een kans om tijd te winnen, terwijl pure sprinters waarschijnlijk moeite zullen hebben om de sterkste klimmers en punchers te volgen. De aankomst ligt bovendien bergop, op dezelfde locatie als de finish van de ploegentijdrit van een dag eerder.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 94,2 | Côte de Begues | 2e cat | 6,1 | 397 m | 6,5 | ca. 400 m |
| 141,6 | Côte du Château de Montjuic | 3e cat | 1,6 | 149 m | 9,3 | ca. 173 m |
| 166,0 | Côte du Château de Montjuic | 3e cat | 1,6 | 149 m | 9,3 | ca. 173 m |

Etappe 3: Granollers - Les Angles
Dag en datum: Maandag 6 juli 2026
Afstand: 195,9 km
Hoogtemeters: 3.850 m
Type: Bergetappe
De slotklim naar Les Angles is kort maar explosief: 1,8 kilometer aan gemiddeld 6,5%. Hoewel de percentages niet extreem zijn, komt deze klim na bijna tweehonderd kilometer koers en kan ze voldoende zijn om de eerste betekenisvolle verschillen tussen de favorieten voor het algemeen klassement te creëren. Bovendien De derde etappe van de Tour de France 2026 vormt meteen de eerste echte bergrit van deze ronde. Vanuit het Catalaanse Granollers trekt het peloton noordwaarts richting de Pyreneeën, om na 195,9 kilometer te finishen in het Franse skioord Les Angles. Met 3.850 hoogtemeters is dit een dag waarop de klassementsrenners voor het eerst serieus kleur kunnen bekennen.
De openingsfase bevat slechts één officiële beklimming: de Côte de Saint Feliu de Codines (7,6 km aan 4,5%), die al na ruim zeventien kilometer wordt bereikt. Daarna volgt een lange overgangszone richting de hogere Pyreneeën.
Het zwaartepunt van de etappe ligt in de tweede helft. Vanuit Ripoll begint de aanloop naar de Col de Toses, een klim van eerste categorie die met zijn laatste 9,3 kilometer aan gemiddeld 6,5% de zwaarste beklimming van de dag vormt. Op de top, op 1.778 meter hoogte, resteert nog ruim 68 kilometer koers.
Na de afdaling richting Puigcerdà steken de renners de Frans-Spaanse grens over. Vervolgens wacht de Col du Calvaire, een beklimming van derde categorie die de renners naar het hoogplateau rond Font-Romeu voert. De finale speelt zich af op open wegen rond La Quillane, Matemale en Les Angles.
liggen aan de finish bonificatieseconden klaar voor de eerste drie renners.
Of de favorieten al vroeg in de ronde het verschil willen maken, of een sterke vluchtgroep de ruimte krijgt, wordt een van de belangrijkste tactische vragen van deze eerste Pyreneeënrit.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 17,2 | Côte de Saint Feliu de Codines | 3e cat | 7,6 | 342 m | 4,5 | ca. 500 m |
| 127,7 | Col de Toses | 1e cat | 9,3 | 605 m | 6,5 | ca. 1.800 m |
| 172,3 | Col du Calvaire | 3e cat | 11,4 | 467 m | 4,1 | ca. 1.836 m |
| 195,9 | Les Angles | 3e cat | 1,7 | 111 m | 6,5 | ca. 1.650 m |

Etappe 4: Carcassonne - Foix
Dag en datum: Dinsdag 7 juli 2026
Afstand: 181,9 km
Hoogtemeters: 2.700 m
Type: Heuvelachtige etappe
Na de eerste bergaankomst in Les Angles blijft het peloton in Zuid-Frankrijk voor een rit die volgens de officiële koersgids als heuvelachtig is gecategoriseerd. De etappe vertrekt vanuit Carcassonne en trekt door de departementen Aude en Ariège richting Foix, een stad die een rijke Tourgeschiedenis kent. De renners krijgen over 181,9 kilometer in totaal 2.700 hoogtemeters voorgeschoteld.
De openingsfase is relatief vriendelijk. De eerste gecategoriseerde beklimming, de Col de Bedos, ligt pas na ruim 48 kilometer koers. Kort daarna volgt de Col du Paradis, waardoor de strijd om de vroege vlucht waarschijnlijk al vroeg zal losbarsten. De eerste koersuren bieden daarmee kansen voor aanvallers die mikken op een dag in de aanval.
Het zwaartepunt van de etappe ligt in de tweede helft. Op kilometer 104,9 bereiken de renners de top van de Col de Coudons, een klim van tweede categorie die met zijn lengte van 10,8 kilometer de zwaarste officiële beklimming van de dag vormt. Na een geaccidenteerde tussenfase volgt vervolgens de Col de Montségur, eveneens van tweede categorie. Deze klim ligt op slechts 35 kilometer van de aankomst en kan een belangrijk lanceerplatform vormen voor aanvallers of punchers.
Na de top van de Col de Montségur resteert nog een aanzienlijk deel van de etappe richting Foix. Volgens de officiële routebeschrijving ligt de laatste gecategoriseerde beklimming dus niet in de absolute finale, waardoor de koers zich kan ontwikkelen tot een tactisch gevecht tussen aanvallers, jagende ploegen en eventuele klassementsrenners die kansen zien op bonificatieseconden aan de streep. De aankomst in Foix levert immers ook tijdsbonificaties op voor de eerste drie renners.
Op basis van het officiële profiel is dit geen echte bergrit, maar ook geen etappe voor de pure sprinters. De opeenvolging van vier gecategoriseerde beklimmingen en het golvende terrein maken het een typische overgangsrit waarin meerdere scenario’s mogelijk zijn.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 48,2 | Col de Bedos | 4e cat | 3,3 | 145 m | 4,4 | ca. 485 m |
| 64,9 | Col du Paradis | 3e cat | 5,8 | 238 m | 4,1 | ca. 627 m |
| 104,9 | Col de Coudons | 2e cat | 10,7 | 589 m | 5,5 | ca. 883 m |
| 146,7 | Col de Montségur | 2e cat | 6,9 | 455 m | 6,6 | ca. 1.059 m |

Etappe 5: Lannemezan - Pau
Dag en datum: Woensdag 8 juli 2026
Afstand: 158,3 km
Hoogtemeters: 1.600 m
Type: Vlakke etappe
Na de heuvelachtige etappe naar Foix krijgen de sprinters op papier hun beste kans van de eerste Tourweek. De vijfde etappe voert het peloton over 158,3 kilometer van Lannemezan naar Pau en wordt door de organisatie officieel als een vlakke rit gecategoriseerd. Ondanks de nabijheid van de Pyreneeën bevat het parcours geen grote cols en slechts beperkte hoogteverschillen.
Vanuit Lannemezan trekt het peloton westwaarts door de uitlopers van de Pyreneeën. De eerste honderd kilometer verlopen grotendeels over licht golvende wegen. De tussensprint ligt in Vic-en-Bigorre, waarna de finale stilaan vorm krijgt.
Het meest selectieve deel van de etappe bevindt zich in de laatste veertig kilometer. Na Vic-en-Bigorre volgen enkele korte hellingen die de sprintersploegen alert zullen houden. De officiële bergpunten worden verdeeld op de Côte de Baleix, de enige gecategoriseerde beklimming van de dag. Deze klim ligt op ongeveer 25 kilometer van de aankomst en is normaal gesproken niet zwaar genoeg om de pure sprinters definitief te lossen.
Vanaf Baleix resteert een grotendeels vlak traject richting Pau. De sprintersploegen krijgen daardoor voldoende ruimte om eventuele aanvallers terug te halen en hun sprinttreinen op te bouwen. De aankomststad heeft een lange Tourgeschiedenis en was in recente jaren al vaker het decor van massasprints.
Op basis van het officiële profiel lijkt een sprint met een omvangrijke groep het meest waarschijnlijke scenario. De rit fungeert bovendien als overgangsetappe tussen de eerste Pyreneeënetappes en de zwaardere bergritten die later in de week volgen.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 132,5 | Quartier Haute-Vue | 3e cat | 1,3 | 104 m | 7,5 | ca. 345 m |

Etappe 6: Pau - Gavarnie-Cèdre
Dag en datum: Donderdag 9 juli 2026
Afstand: 186,2 km
Hoogtemeters: 4.100 m
Type: Bergetappe
De zesde etappe vormt het sluitstuk van het eerste Pyreneeënblok en geldt volgens de officiële routepresentatie als de eerste echte hooggebergrit van deze Tour de France. Over 186,2 kilometer en 4.100 hoogtemeters trekt het peloton van Pau naar Gavarnie-Gèdre, waar voor het eerst in de geschiedenis van de Tour een aankomst wordt georganiseerd.
De openingsfase vanuit Pau verloopt relatief rustig. De route voert via Lourdes en Bagnères-de-Bigorre naar de voet van de grote Pyreneeëncols. De eerste tientallen kilometers bieden ruimte aan een vroege vlucht, maar het karakter van de rit verandert volledig zodra de renners de bergen bereiken.
De eerste grote hindernis is de Col d’Aspin. Deze klassieke Pyreneeënbeklimming vormt de opmaat naar het zwaartepunt van de etappe. Na de afdaling naar Sainte-Marie-de-Campan volgt vrijwel onmiddellijk de beklimming van de Col du Tourmalet, met zijn top op 2.115 meter hoogte. De Tourmalet is traditioneel een van de meest iconische cols van de Tour de France en wordt in deze etappe beklommen met nog ongeveer 38 kilometer te gaan.
Na de afdaling richting Luz-Saint-Sauveur volgt de slotklim naar Gavarnie-Gèdre. Volgens de officiële routegegevens is deze eindklim 18,7 kilometer lang aan gemiddeld 3,7%. De percentages zijn relatief gematigd, maar de klim volgt direct op de Tourmalet en kan daardoor alsnog grote gevolgen hebben voor het klassement. De finish ligt bovendien in de omgeving van het Cirque de Gavarnie, dat op de UNESCO-Werelderfgoedlijst staat.
De combinatie van de Aspin, de Tourmalet en een aankomst bergop maakt deze rit tot een van de eerste grote referentiepunten voor de klassementsrenners. Diverse officiële route-analyses beschouwen deze etappe als een van de sleuteldagen van de eerste Tourweek
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 50,9 | Côte de Loucrup | 4e cat | 1,9 | 135 m | 7,1 | ca. 510 m |
| 77,3 | Côte de Mauvezin | 3e cat | 3,0 | 204 m | 6,8 | ca. 570 m |
| 118,1 | Col d'Aspin | 1e cat | 12,0 | 780 m | 6,5 | 1.489 m |
| 147,8 | Col du Tourmalet | HC | 17,1 | 1.248 m | 7,3 | 2.115 m |
| 186,2 | Gavarnie-Gèdre | 2e cat | 18,7 | 692 m | 3,7 | ca. 1.375 m |

Etappe 7: Hagetmau - Bordeaux
Dag en datum: Vrijdag 10 juli 2026
Afstand: 175,1 km
Hoogtemeters: 850 m
Type: Vlakke etappe
Na twee opeenvolgende dagen in en rond de Pyreneeën krijgen de sprinters opnieuw een uitgesproken kans op ritwinst. Etappe 7 voert het peloton over 175,1 kilometer van Hagetmau in het departement Landes naar Bordeaux, een van de klassieke sprintsteden van de Tour de France. De organisatie classificeert de rit officieel als vlak en het profiel bevat slechts 850 hoogtemeters.
De rit begint in Hagetmau, dat voor het eerst in de geschiedenis een Tourstart organiseert. Vanuit het zuidwesten van Frankrijk trekt het peloton noordwaarts door de uitgestrekte bossen van Les Landes, een regio die bekendstaat om haar lange, rechte wegen. Daardoor lijkt de openingsfase weinig terrein te bieden voor grote verschillen.
Het officiële parcours bevat onderweg één tussensprint in Landiras. Voor de strijd om het puntenklassement vormt dat een belangrijk tussenstation, maar voor het wedstrijdverloop wordt vooral naar de finale gekeken.
De enige gecategoriseerde beklimming van de dag is de Côte de Béguey. Deze helling van vierde categorie ligt op ongeveer 37 kilometer van de aankomst. Volgens de officiële en gespecialiseerde routebeschrijvingen is deze klim te licht om de sprinters serieus in de problemen te brengen. De verwachting is dan ook dat de sprintploegen hier zonder grote problemen de controle behouden.
Na de passage van Béguey zet het peloton koers naar Bordeaux. De aankomststad behoort tot de meest bezochte finishplaatsen uit de Tourgeschiedenis. De brede wegen en vlakke aanloop maken de kans op een massasprint bijzonder groot. De laatste kilometers verlopen langs de Garonne en bieden normaal gesproken een ideale omgeving voor de sprinttreinen om zich te organiseren.
Op basis van het officiële profiel lijkt deze etappe een van de meest sprintvriendelijke dagen van de eerste Tourweek. Alleen weersomstandigheden, waaiervorming of een uitzonderlijk sterke vlucht zouden een klassiek sprintscenario kunnen verhinderen.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 137 | Côte de Beguey | 4e cat | 1,4 | 59 m | 4,3 | ca. 79 m |

Etappe 8: Périgueux - Bergerac
Dag en datum: Zaterdag 11 juli 2026
Afstand: 180,4 km
Hoogtemeters: 1150 M
Type: Vlakke etappe
De achtste etappe van de Tour de France 2026 lijkt op papier een uitgesproken kans voor de sprinters. De rit verbindt Périgueux met Bergerac over een afstand van 180,4 kilometer en wordt door de organisatie officieel geclassificeerd als een vlakke etappe.
Het parcours speelt zich volledig af in het departement Dordogne, een regio die bekendstaat om haar glooiende landschap, rivierdalen en brede wegen. Vanuit Périgueux trekt het peloton eerst in oostelijke richting langs de vallei van de Vézère, waarna de route via een ruime lus terugkeert richting Bergerac.
Volgens de officiële routegegevens bevat de etappe geen noemenswaardige opeenvolging van zware beklimmingen. Daardoor ligt het initiatief waarschijnlijk bij de sprintploegen, die een eventuele vroege vlucht onder controle zullen proberen te houden. De tussensprint bevindt zich na ongeveer 122 kilometer koers en kan een belangrijk strijdpunt vormen in het puntenklassement.
De finale volgt grotendeels de Dordogne-vallei richting Bergerac. De officiële tijdstabel toont een relatief eenvoudige aanloop naar de finish, met passages door onder meer Lalinde, Mouleydier en Creysse voordat de renners de slotkilometers in Bergerac bereiken.
Op basis van het officiële profiel lijkt een massasprint het meest waarschijnlijke scenario. Bergerac heeft bovendien een traditie van sprintfinishes in de Tour de France, al kende de stad in het verleden ook een succesvolle late aanval van een aanvaller. Voor de editie van 2026 wijst het parcours echter vooral in de richting van een gecontroleerde sprintetappe.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 102 | Côte de Domme | 4e cat | 3,6 | 143 m | 3,3 | ca. 212 m |
| 140 | Buisson-de-Caudouin | 4e cat | 2,9 | 139 m | 4,3 | ca. 189 m |

Etappe 9: Malemort - Ussel
Dag en datum: Zondag 12 juli 2026
Afstand: 185,5 km
Hoogtemeters: 3.300 m
Type: Heuvelachtige etappe
De negende etappe vormt de afsluiting van de eerste Tourweek en wijkt duidelijk af van de vlakke sprintdagen die eraan voorafgaan. Tussen Malemort, nabij Brive-la-Gaillarde, en Ussel krijgen de renners een geaccidenteerd parcours van 185,5 kilometer voorgeschoteld, goed voor 3.300 hoogtemeters. De organisatie classificeert de rit officieel als heuvelachtig.
De etappe speelt zich volledig af in de Corrèze, een regio die bekendstaat om haar voortdurend golvende wegen en opeenvolging van korte, venijnige hellingen. Hoewel de eerste officiële klim pas op kilometer 77 ligt, toont het profiel dat de openingsfase allerminst vlak is. Daardoor lijkt de rit bijzonder geschikt voor een sterke ontsnapping.
Het eerste officiële selectiemoment volgt op de Côte de Naves, een beklimming van derde categorie. Vervolgens loopt het terrein verder op richting de zwaarste klim van de dag: de Suc au May. Deze klim van tweede categorie bereikt een hoogte van 903 meter en vormt het belangrijkste bergpunt van de etappe. Met nog ruim tachtig kilometer te rijden kan hier een sterke kopgroep ontstaan of verder uitdunnen.
Na de Suc au May blijft het parcours lastig. De Côte de la Croix du Pey zorgt voor een nieuwe inspanning op ongeveer 56 kilometer van de finish. Daarna volgt nog de passage over Mont Bessou, het hoogste punt van de etappe op 977 meter hoogte. Hoewel deze klim slechts als vierde categorie staat geklasseerd, ligt hij relatief laat in de koers en kan hij een rol spelen in de finale.
De laatste 25 kilometer richting Ussel bevatten geen gecategoriseerde beklimmingen meer, maar blijven volgens het officiële profiel golvend. Daardoor is deze rit minder geschikt voor de pure sprinters en eerder op maat van aanvallers, punchers of sterke klassiekerrenners. Omdat de etappe bovendien de laatste is vóór de eerste rustdag, kan een offensieve koers worden verwacht van renners die hun eerste Tourweek nog van extra glans willen voorzien.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 77,0 | Côte de Naves | 3e cat | 2,3 | 170 m | 7,4 | ca. 475 m |
| 105,0 | Suc au May | 2e cat | 3,8 | 293 m | 7,7 | ca. 908 m |
| 129,4 | Côte de la Croix du Pey | 3e cat | 4,8 | 288 m | 6,0 | ca. 650 m |
| 161,0 | Mont Bessou | 4e cat | 0,9 | 66 m | 7,3 | ca. 976 m |

Etappe 10: Aurillac - Le Lioran
Dag en datum: Dinsdag 14 juli 2026 (Quatorze Juillet)
Afstand: 166,6 km
Hoogtemeters: 3.800 m
Type: Bergetappe
Na de eerste rustdag hervat het peloton de Tour de France met een zware bergetappe door het hart van het Massif Central. De rit van Aurillac naar Le Lioran is met 166,6 kilometer relatief compact, maar de 3.800 hoogtemeters maken van deze tiende etappe een van de zwaarste dagen van de eerste twee Tourweken. De organisatie classificeert de rit officieel als een bergetappe.
De koers speelt zich volledig af in het departement Cantal, een streek die wordt gekenmerkt door vulkanische bergen, steile hellingen en een aaneenschakeling van korte maar vaak pittige beklimmingen. Volgens Tourdirecteur Christian Prudhomme wacht de renners een etappe waarin vrijwel geen moment van herstel aanwezig is. De opeenvolging van beklimmingen en afdalingen zorgt ervoor dat het peloton voortdurend onder druk staat.
Het parcours voert door het Parc naturel régional des Volcans d’Auvergne en bevat een reeks gecategoriseerde hellingen die elkaar in hoog tempo opvolgen. In tegenstelling tot een klassieke Alpen- of Pyreneeënrit draait deze etappe minder om één lange col en meer om constante inspanningen. Dat maakt het bijzonder moeilijk om de koers te controleren.
Het zwaartepunt van de rit ligt in de finale rond Le Lioran. De aankomst ligt bergop, waardoor de klassementsrenners zich niet kunnen veroorloven om af te wachten. De laatste klim naar Le Lioran is kort maar explosief en volgt op een dag waarop de opeenstapeling van hoogtemeters al flink in de benen zal zitten. Op de Franse nationale feestdag vormt deze rit bovendien een prestigieuze kans voor aanvallers en Franse klimmers.
Door het grillige profiel zijn meerdere scenario’s denkbaar. Een sterke vroege vlucht kan ver geraken, maar de aankomst bergop biedt ook kansen voor de favorieten voor het algemeen klassement om tijdsverschillen af te dwingen. De combinatie van een rustdag vooraf en een zware bergetappe maakt deze rit tactisch bijzonder interessant.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 68,0 | Côte de Pailherols | 3e cat | 3,0 | 216 m | 7,2 | ca. 1.100 m |
| 97,3 | Col de la Griffoul | 2e cat | 5,9 | 395 m | 6,7 | ca. 1.368 m |
| 103,8 | Col de Prat de Bouc | 3e cat | 3,1 | 202 m | 6,5 | ca. 1.396 m |
| 118,8 | Côte de Murat | 3e cat | 5,2 | 276 m | 5,3 | ca. 1.078 m |
| 135,7 | Puy Mary-Pas de Peyrol | 1e cat | 7,8 | 468 m | 6,0 | 1.589 m |
| 152,1 | Col de Pertus | 1e cat | 4,4 | 374 m | 8,5 | ca. 1.309 m |
| 163,9 | Col de Font de Cère | 3e cat | 3,1 | 180 m | 5,8 | ca. 1.289 m |

Etappe 11: Vicky - Nevers
Dag en datum: Woensdag 15 juli 2026
Afstand: 161,3 km
Hoogtemeters: 1.800 m
Type: Vlakke etappe
Daags na de zware bergetappe naar Le Lioran krijgen de sprinters opnieuw een uitgelezen kans. De elfde etappe voert het peloton over 161,3 kilometer van Vichy naar Nevers en is door de organisatie officieel als vlak geclassificeerd. Ondanks die classificatie bevat het parcours enkele korte hellingen die vooral van belang zijn voor het bergklassement en de vroege vlucht.
De rit start in Vichy en trekt noordwaarts door de departementen Allier en Nièvre. Al vroeg in de etappe staat een tussensprint gepland, wat de strijd om de groene trui meteen kan openen. Vervolgens krijgen de aanvallers hun eerste kans op de Côte de Billonnière, een beklimming van vierde categorie.
In het middendeel van de etappe steken de renners achtereenvolgens de rivieren Allier en Loire over. Het terrein blijft licht golvend, maar nergens zwaar genoeg om de sprinters structureel onder druk te zetten. De tweede en laatste gecategoriseerde klim van de dag, de Côte de Billy-Chevannes, ligt op ongeveer 38 kilometer van de aankomst. Ook deze helling behoort tot de vierde categorie en lijkt onvoldoende zwaar om een massasprint in gevaar te brengen.
De finale richting Nevers verloopt grotendeels over brede wegen. Volgens de officiële routebeschrijvingen wacht een snelle aanloop naar de finishzone nabij het expositiecentrum van de stad. Daardoor lijkt positionering in de laatste kilometers belangrijker dan het reliëf van het parcours.
Nevers ontvangt voor het eerst sinds 2003 opnieuw een Touretappe. Op basis van het officiële profiel behoort deze rit tot de meest sprintvriendelijke etappes van de tweede Tourweek. De verwachting is dan ook dat de sprintploegen de koers strak zullen controleren en een omvangrijke groepssprint zullen nastreven.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 32,5 | Côte de Billonniere | 4e cat | 1,0 | 50 m | 4,9 | ca. 287 m |
| 123,5 | Côte de Billy-Chavannes | 4e cat | 1,5 | 73 m | 4,4 | ca. 353 m |

Etappe 12: Magny-Cours - Châlon-sur-Saône
Dag en datum: Donderdag 16 juli 2026
Afstand: 179,1 km
Hoogtemeters: 1.800 m
Type: Vlakke etappe
Na de overgangsrit naar Nevers blijft het peloton in centraal Frankrijk voor opnieuw een etappe die officieel als vlak is gecategoriseerd. De twaalfde rit start op het beroemde Circuit Nevers Magny-Cours en eindigt na 179,1 kilometer in Chalon-sur-Saône, in het hart van Bourgondië. De organisatie noteert 1.800 hoogtemeters, wat aangeeft dat het parcours niet volledig vlak is, maar wel duidelijk in het voordeel van de sprinters ligt.
De openingsfase voert het peloton door het departement Nièvre. Al vroeg in de etappe steken de renners de Loire over, waarna het parcours geleidelijk oostwaarts trekt richting Bourgondië. De route kent voortdurend licht golvende wegen, maar geen zware obstakels die de sprinters serieus zouden moeten bedreigen.
Het belangrijkste reliëf bevindt zich in de tweede helft van de rit. Volgens de officiële route passeert het peloton onder meer de Côte de Lanty, terwijl gespecialiseerde voorbeschouwingen aangeven dat meerdere beklimmingen van vierde categorie deel uitmaken van het parcours. Deze hellingen liggen echter ver genoeg van de finish om een hergroepering mogelijk te maken.
De finale speelt zich af in de wijngaarden van de Chalonnais. De laatste gecategoriseerde beklimming, de Côte de Montagny-lès-Buxy, ligt op ongeveer twintig kilometer van de aankomst. Daarna volgt een dalende en relatief snelle aanloop naar Chalon-sur-Saône. Daardoor krijgen de sprintploegen voldoende ruimte om eventuele aanvallers terug te halen en hun sprinttreinen op te bouwen.

Etappe 13: Dole - Belfort
Dag en datum: Vrijdag 17 juli 2026
Afstand: 205,8 km
Hoogtemeters: 2.400 m
Type: Heuvelachtige etappe
Etappe 13 is een bijzondere rit binnen het Tourparcours van 2026. Met 205,8 kilometer is het de langste etappe van deze Tour en bovendien de enige rit die de grens van 200 kilometer overschrijdt. De organisatie classificeert de rit officieel als heuvelachtig, met 2.400 hoogtemeters tussen Dole en Belfort.
Vanuit Dole trekt het peloton noordoostwaarts door de regio Bourgogne-Franche-Comté. De eerste helft van de etappe verloopt over glooiende wegen zonder grote hindernissen. Dat kan ervoor zorgen dat de strijd om de vroege vlucht langer duurt dan gebruikelijk, omdat veel renners deze rit zullen beschouwen als een van de beste kansen voor aanvallers in de tweede Tourweek.
Pas diep in de etappe verschijnen de eerste gecategoriseerde beklimmingen. De Col des Croix vormt de eerste serieuze klim van de dag en brengt het peloton de Vogezen binnen. Na de afdaling richting de Moezelvallei volgt vrijwel direct het zwaartepunt van de rit: de historische Ballon d’Alsace. Deze beklimming heeft een bijzondere plaats in de Tourgeschiedenis, aangezien zij tijdens de Tour van 1905 de eerste echte berg van de wedstrijd was. De klim is 8,9 kilometer lang aan gemiddeld 6,9%.
De top van de Ballon d’Alsace ligt op ongeveer dertig kilometer van de aankomst. Dat maakt de finale tactisch bijzonder interessant. Sterke aanvallers kunnen op de klim het verschil maken, terwijl klassementsploegen moeten afwegen of een achtervolging de inspanning waard is. Na de top volgt een lange afdaling richting Belfort. Volgens de routebeschrijvingen bevat de finale nog een korte steile passage in de laatste kilometers, maar het zwaartepunt van de etappe ligt onmiskenbaar op de Ballon d’Alsace.
Op papier lijkt dit een rit die uitstekend geschikt is voor een sterke ontsnapping. De afstand, de relatief beperkte totale hoogtemeters en de ligging van de zwaarste klim op aanzienlijke afstand van de finish maken controle door het peloton moeilijk. Verschillende officiële en gespecialiseerde route-analyses beschouwen deze rit daarom als een belangrijke kans voor aanvallers.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 157,4 | Col des Croix | 3e cat | 5,1 | 245 m | 4,8 | ca. 678 m |
| 175,9 | Ballon d'Alsace | 1e cat | 8,9 | 614 m | 6,9 | 1.178 m |

Etappe 14: Mulhouse - Le Markstein
Dag en datum: Zaterdag 18 juli 2026
Afstand: 155,3 km
Hoogtemeters: 3.800 m
Type: Bergetappe
Etappe 14 markeert de terugkeer van het hooggebergte na enkele overgangsdagen en geldt als een van de zwaarste ritten van de tweede Tourweek. Vanuit Mulhouse trekt het peloton de Vogezen in voor een relatief korte maar bijzonder intense bergetappe van 155,3 kilometer met 3.800 hoogtemeters. De organisatie classificeert de rit officieel als een bergetappe.
Opvallend is dat de klimactie vrijwel onmiddellijk begint. Al vroeg in de rit wacht de beklimming van de Grand Ballon, de hoogste top van de Vogezen. Deze klim wordt bereikt binnen de eerste koersuren en maakt het waarschijnlijk dat de strijd om de vlucht van de dag uitzonderlijk zwaar zal zijn. Renners die voor ritwinst mikken, zullen direct bij de start attent moeten zijn.
Na een eerste passage langs de aankomstzone in Le Markstein volgt een grote lus door het zuidelijke deel van de Vogezen. Daarbij staan achtereenvolgens de Col du Page en de Ballon d’Alsace op het programma. De Ballon d’Alsace is voor de tweede opeenvolgende dag onderdeel van het Tourparcours, nadat de klim ook al een rol speelde in etappe 13 naar Belfort. Op de top resteert nog ruim zestig kilometer koers.
De finale vormt het absolute zwaartepunt van de etappe. Eerst wacht de klim naar Geishouse, waarna vrijwel onmiddellijk de nieuwe Tourbeklimming Col du Haag volgt. Deze klim wordt voor het eerst opgenomen in de Tour de France en geldt als de zwaarste hindernis van de dag. De beklimming is 11,2 kilometer lang aan gemiddeld 7,3%, met passages die volgens de officiële en gespecialiseerde routebeschrijvingen oplopen tot ver boven de 10%t. De top ligt op slechts ongeveer 5,5 kilometer van de finish.
Daarmee biedt de Col du Haag een ideaal lanceerplatform voor aanvallen van klassementsrenners. Omdat na de top slechts een korte aanloop naar Le Markstein resteert, zullen eventuele verschillen moeilijk nog kunnen worden dichtgereden. Verschillende route-analyses beschouwen deze rit daarom als een potentiële sleuteletappe in de strijd om het algemeen klassement.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 36,6 | Grand Ballon | 1e cat | 21,5 | 1.032 m | 4,8 | ca. 1.343 m |
| 71,3 | Col du Page | 2e cat | 9,8 | 461 m | 4,7 | ca. 957 m |
| 94,4 | Ballon d'Alsace | 1e cat | 8,9 | 614 m | 6,9 | 1.178 m |
| 149,4 | Col du Haag | 1e cat | 11,2 | 818 m | 7,3 | ca. 1.233 m |

Etappe 15: Champagnole - Plateau de Solaison
Dag en datum: Zondag 19 juli 2026
Afstand: 184,0 km
Hoogtemeters: 4.700 m
Type: Bergetappe
De vijftiende etappe vormt de afsluiting van de tweede Tourweek en geldt als een van de zwaarste Alpenritten van de Tour de France 2026. Vanuit Champagnole in de Jura trekt het peloton over 184 kilometer naar het Plateau de Solaison in Haute-Savoie. Met ongeveer 4.700 hoogtemeters behoort deze rit tot de zwaarste etappes van de eerste drie Tourweken.
De openingsfase voert de renners door het Juragebergte. Hoewel de eerste beklimmingen relatief lang zijn, blijven de stijgingspercentages beperkt. Vanuit Champagnole loopt de weg geleidelijk omhoog richting Morez, waarna een lange afdaling volgt richting de Rhônevallei. Deze eerste honderd kilometer lijken daardoor vooral geschikt voor de vorming van een sterke ontsnapping.
Na de passage van Bellegarde-sur-Valserine verandert het karakter van de rit. De weg klimt opnieuw richting de uitlopers van de Alpen en de opeenvolging van beklimmingen wordt steeds zwaarder. Het belangrijkste scharnierpunt van de etappe ligt op de Col de la Croisette, een bijzonder steile beklimming waarvan de laatste kilometers gemiddeld meer dan 11% stijgen. De top ligt op minder dan vijftig kilometer van de finish en vormt een logisch lanceerplatform voor aanvallen van klassementsrenners.
Na een korte tussenklim op de Côte de la Moussière volgt een lange afdaling richting Bonneville. Daar begint de beslissende slotklim naar het Plateau de Solaison. Deze beklimming verschijnt voor het eerst in de Tour de France en is onmiddellijk een van de zwaarste aankomsten van deze editie. De klim is 11,3 kilometer lang aan gemiddeld 9,1%, waarbij de eerste vier kilometer voortdurend dubbele cijfers halen. De weg is smal en grillig, waardoor het lastig wordt om eenmaal ontstane verschillen nog te dichten.
Omdat deze rit bovendien de laatste etappe voor de tweede rustdag is, kan worden verwacht dat de klassementsrenners weinig reden hebben om energie te sparen. Verschillende officiële route-analyses beschouwen deze etappe dan ook als een belangrijke afspraak in de strijd om het algemeen klassement.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 36,8 | Côte des Rousses | 3e cat | 6,6 | 337 m | 5,1 | ca. 1.130 m |
| 136,0 | Le Salève - Col de la Croisette | 1e cat | 4,6 | 515 m | 11,2 | ca. 1.175 m |
| 146,0 | Côte du Mont | 3e cat | 2,1 | 174 m | 8,3 | ca. 790 m |
| 183,9 | Plateau de Solaison | HC | 11,3 | 1.017 m | 9,0 | ca. 1.502 m |

Etappe 16: Evian-les-Bains - Thonon-les-Bains
Dag en datum: Dinsdag 21 juli 2026
Afstand: 26,1 km
Hoogtemeters: 500 m
Type: Individuele tijdrit
Na de tweede rustdag begint de slotweek van de Tour de France 2026 met de enige individuele tijdrit van deze editie. De rit verbindt Évian-les-Bains met Thonon-les-Bains langs de zuidelijke oever van het Meer van Genève en beslaat 26,1 kilometer. Hoewel de afstand relatief beperkt is, heeft het parcours een duidelijk selectief karakter dankzij ongeveer 500 hoogtemeters.
De tijdrit kan grofweg in drie delen worden opgesplitst. Direct na de start begint een lange klim richting Larringes. Deze beklimming is vrijwel onafgebroken en voert de renners gedurende bijna tien kilometer omhoog naar een hoogte van ongeveer 800 meter. Het eerste deel van de tijdrit vraagt daardoor niet alleen om pure tijdritcapaciteiten, maar ook om klimvermogen en een zorgvuldig gekozen pacingstrategie.
Het belangrijkste tussenpunt bevindt zich boven op de Côte de Larringes. Vanaf daar volgt een technische afdaling van ongeveer zeven kilometer. Hier kunnen renners met sterke stuurvaardigheden tijd winnen, terwijl minder zelfverzekerde dalers voorzichtiger zullen moeten opereren.
Na de afdaling bereiken de renners opnieuw de oevers van het Meer van Genève. De laatste negen kilometer zijn grotendeels vlak en lopen richting Thonon-les-Bains. Hoewel dit gedeelte minder zwaar is, vereist het een constante hoge snelheid. Bovendien bevat de finale meerdere bochten. Volgens de officiële routegegevens en gespecialiseerde voorbeschouwingen moeten de renners in de laatste vijf kilometer verschillende technische passages verwerken voordat zij finishen nabij het Château de Ripaille.
Door zijn plaatsing aan het begin van de derde Tourweek krijgt deze tijdrit extra gewicht. Na de zware Vogezen- en Alpenritten van de tweede week kan vermoeidheid een belangrijke factor worden. Daardoor vormt deze etappe een cruciaal meetmoment voor het algemeen klassement.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 9,7 | Côte de Larringes | 2e cat | 9,7 | 417 m | 4,3 | 799 m |

Etappe 17: Chambéry - Voiron
Dag en datum: Woensdag 22 juli 2026
Afstand: 175,0 km
Hoogtemeters: 2.400 m
Type: Vlakke etappe / Overgangsetappe met aanzienlijk reliëf
Na de individuele tijdrit van Évian-les-Bains naar Thonon-les-Bains en vlak voor de beslissende Alpenetappes krijgen de renners een overgangsrit voorgeschoteld tussen Chambéry en Voiron. Hoewel de organisatie deze rit officieel als vlak classificeert, bevat het parcours bijna 2.400 hoogtemeters en meerdere gecategoriseerde beklimmingen in de openingsfase.
De etappe speelt zich af in de departementen Savoie en Isère en doorkruist twee bekende natuurgebieden: het Parc naturel régional du Massif des Bauges en het Parc naturel régional de Chartreuse. De eerste zestig kilometer vormen meteen het lastigste gedeelte van de dag. Hier volgen vier gecategoriseerde beklimmingen elkaar in snel tempo op, waardoor de strijd om de vroege vlucht bijzonder intens kan worden.
Een van de belangrijkste hindernissen in deze openingsfase is de Col des Prés, waarvan de top op 1.142 meter hoogte ligt. Daarna keert het parcours terug richting Chambéry, waarna de renners verder trekken door de glooiende wegen van de Chartreuse. De opeenvolging van hellingen maakt het voor pure sprinters lastig, maar niet onmogelijk, om in contact met het peloton te blijven.
Na de tussensprint in Colombe verandert het karakter van de etappe. De laatste dertig kilometer zijn volgens de officiële routebeschrijvingen grotendeels vlak. Daardoor ontstaat een interessant tactisch dilemma: krijgen aanvallers voldoende ruimte om vooruit te blijven, of slagen de sprintploegen erin om de wedstrijd opnieuw samen te brengen voor wat mogelijk de laatste echte massasprint van deze Tour kan worden?
De plaatsing van deze rit in het schema maakt haar extra bijzonder. Met drie zware Alpenetappes die onmiddellijk volgen, zullen veel ploegen hun krachten willen sparen. Daardoor kan de controle in het peloton minder vanzelfsprekend zijn dan tijdens eerdere sprintkansen. Verschillende route-analyses beschouwen deze rit daarom als een van de meest open overgangsetappes van de derde Tourweek.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 49,6 | Col des Prés | 3e cat | 3,5 | 238 m | 6,8 | 1.132 m |
| 89,5 | Col de Couz | 4e cat | 8,6 | 354 | 2,8 | 630 m |

Etappe 18: Voiron - Orcières-Merlette
Dag en datum: Donderdag 23 juli 2026
Afstand: 185,2 km
Hoogtemeters: 3.800 m
Type: Bergetappe
Na de individuele tijdrit en één dag voor de zwaarste Alpenritten van de slotweek trekt het peloton in etappe 18 opnieuw de bergen in. De rit van Voiron naar Orcières-Merlette vormt de eerste van drie opeenvolgende Alpenetappes en combineert een aanzienlijke afstand van 185 kilometer met ongeveer 3.800 hoogtemeters.
Vanuit Voiron zet het peloton koers richting het zuiden. De eerste gecategoriseerde beklimming dient zich al vroeg aan met de Côte d’Engins. Hoewel deze klim officieel eindigt op kilometer 36,7, blijft de weg volgens de officiële routebeschrijving daarna nog geruime tijd licht stijgen voordat een afdaling naar de omgeving van Grenoble volgt. Hierdoor kan de strijd om de vroege vlucht bijzonder intens verlopen.
Het middendeel van de etappe wordt gekenmerkt door de beklimming van de Côte de Monteynard en een lange passage over hooggelegen, voortdurend golvende wegen. De renners blijven gedurende tientallen kilometers op een hoogte van ongeveer 900 meter rijden, waardoor het lastig wordt om te herstellen tussen de inspanningen.
De finale begint echt in de streek van Champsaur. Eerst volgt de Côte de Saint-Léger-les-Mélèzes, waarna de weg vrijwel onafgebroken blijft stijgen richting de finish. De slotklim naar Orcières-Merlette is 7,1 kilometer lang aan gemiddeld 6,7% en voert naar een hoogte van ongeveer 1.825 meter. Hoewel de percentages relatief regelmatig zijn, ligt de klim aan het einde van een zware dag in de Alpen.
Orcières-Merlette heeft een bijzondere plaats in de Tourgeschiedenis. De aankomst werd in 2020 gewonnen door Primož Roglič, terwijl de klim vooral bekend is door de legendarische solo-overwinning van Luis Ocaña in 1971.
Door de positionering van de rit in de derde Tourweek zijn meerdere scenario’s mogelijk. De klim is niet extreem steil, waardoor een sterke ontsnapping kansen kan krijgen. Tegelijkertijd biedt de aankomst bergop voldoende mogelijkheden voor klassementsrenners om verschillen te maken of bonificatieseconden te veroveren.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 36,7 | Côte d'Engins | 1e cat | 11,4 | 616 m | 5,4 | ca. 984 m |
| 92,2 | Côte de Monteynard | 2e cat | 9,7 | 485 m | 5,0 | ca. 795 m |
| 112,8 | Côte des Terrasses | 3e cat | 3,4 | 224 m | 6,6 | ca. 770 m |
| 166,2 | Côte de Saint-Léger-les-Mélèzes | 3e cat | 2,5 | 173 m | 6,9 | ca. 1.260 m |
| 185,2 | Orcières-Merlette | 1e cat | 7,1 | 476 m | 6,7 | 1.825 m |

Etappe 19: Gap - Alpe d'Huez
Dag en datum: Vrijdag 24 juli 2026
Afstand: 127,9 kilometer
Hoogtemeters: 3.500 meter
Type: Bergrit
Na de zware Alpenritten in de slotweek presenteert de Tourorganisatie op dag negentien een relatief korte, maar uiterst explosieve bergetappe. Over slechts 127,9 kilometer trekken de renners van Gap naar de mythische aankomst op Alpe d’Huez. Het beperkte aantal kilometers betekent dat de koers vrijwel vanaf de start op scherp kan staan.
De openingsfase laat nauwelijks ruimte voor herstel. Al na enkele kilometers wacht de Col Bayard, waarna de renners vrijwel onmiddellijk worden geconfronteerd met de aanzienlijk zwaardere Col du Noyer. Deze opeenvolging van beklimmingen maakt de beginfase bijzonder selectief en biedt kansen voor aanvallers die vroeg hun kans willen wagen.
Na de passage van de Col du Noyer volgt een langere tussenfase door de Alpen. Hoewel dit gedeelte minder zwaar oogt dan de openings- en slotfase, blijft het terrein golvend en veeleisend. Richting de finale verschijnt de Col d’Ornon als laatste gecategoriseerde hindernis vóór de beslissende slotklim.
De ontknoping vindt plaats op een van de meest iconische beklimmingen uit de wielersport: Alpe d’Huez. Vanuit Bourg-d’Oisans begint de klim naar het skistation, bekend om zijn 21 haarspeldbochten. De beklimming is met haar lengte en constante stijgingspercentages zwaar genoeg om aanzienlijke verschillen te creëren tussen de klassementsrenners. Omdat de finish bovenop de klim ligt, is dit zonder twijfel het belangrijkste tactische moment van de dag.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 4,8 | Col Bayard | 2e cat | 4,7 | 338 m | 7,2 | 1.246 m |
| 25,2 | Col du Noyer | 1e cat | 7,2 | 612 m | 8,5 | 1.664 m |
| 99,2 | Col d'Ornon | 2e cat | 5,4 | 346 m | 6,4 | 1.371 m |
| 127,9 | Alpe d'Huez | HC | 13,8 | 1.118 m | 8,1 | 1.850 m |

Etappe 20: Bourg d'Oissans - Alpe d'Huez
Dag en datum: Zaterdag 25 juli 2026
Afstand: 170,9 kilometer
Hoogtemeters: 5.600 meter
Type: Bergrit
De twintigste etappe vormt het sluitstuk van het hooggebergte en geldt volgens de routepresentatie als de koninginnenrit van de Tour de France 2026. Over 170,9 kilometer krijgen de renners liefst 5.600 hoogtemeters voorgeschoteld, verdeeld over enkele van de meest iconische Alpenreuzen.
Vanuit Le Bourg-d’Oisans begint de rit vrijwel direct met de lange beklimming van de Col de la Croix de Fer. Deze openingsklim is geen explosieve muur, maar een uitputtingsslag die het peloton al vroeg onder druk zet. Na de afdaling richting Saint-Jean-de-Maurienne volgt een relatief korte overgangszone voordat de volgende zware uitdaging zich aandient.
De Col du Télégraphe vormt vervolgens de aanloop naar een van de bekendste bergen van de Tour: de Galibier. Tussen beide beklimmingen ligt nauwelijks een echte afdaling, waardoor de renners bijna dertig kilometer onafgebroken bergop rijden. De top van de Galibier ligt op 2.642 meter hoogte en vormt het hoogste punt van de Tour de France 2026. Hier wordt tevens de Souvenir Henri Desgrange uitgereikt.
Na een lange afdaling volgt een bijzonder element in de finale. De renners beklimmen namelijk de Col de Sarenne, een klim die slechts sporadisch in de Tourgeschiedenis is gebruikt. Vanaf de top resteert nog ongeveer vijftien kilometer tot de finish. In tegenstelling tot de klassieke aankomst via de beroemde 21 bochten van Alpe d’Huez, bereikt het peloton de finish ditmaal via de zijde van de Col de Sarenne. Daarmee krijgt deze tweede opeenvolgende aankomst in Alpe d’Huez een geheel eigen karakter.
Door de combinatie van grote hoogte, opeenvolgende Hors Catégorie-beklimmingen en de plaatsing op de voorlaatste wedstrijddag is dit de laatste grote kans voor klassementsrenners om verschillen te maken.
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 33,7 | Col de la Croix de Fer | HC | 24,0 | 1.248 m | 5,2 | 2.067 m |
| 87,6 | Col du Télégraphe | 1e cat | 11,9 | 845 m | 7,1 | 1.566 m |
| 110,5 | Col du Galibier | HC | 17,7 | 1.221 m | 6,9 | 2.642 m |
| 156,5 | Col de Sarenne | HC | 12,8 | 934 m | 7,3 | 1.999 m |
| 171 | Alpe d'Huez | HC | 3,8 | 200 m | 6,1 | 1.850 m |

Etappe 21: Thoiry - Parijs
Dag en datum: Zondag 26 juli 2026
Afstand: 133 kilometer
Hoogtemeters: 1.000 meter
Type: Vlakke rit
De Tour de France 2026 wordt afgesloten met een vernieuwde versie van de traditionele slotrit naar Parijs. Waar de laatste etappe jarenlang vrijwel uitsluitend uitmondde in een massasprint op de Champs-Élysées, kiest de organisatie opnieuw voor een finalecircuit waarin de Butte Montmartre een belangrijke rol speelt.
Vanuit Thoiry trekt het peloton eerst door de Yvelines richting de Franse hoofdstad. Zoals gebruikelijk zal de openingsfase grotendeels in het teken staan van de traditionele festiviteiten rond de eindwinnaar en de dragers van de verschillende klassementstruien. De koers bereikt Parijs na ongeveer vijftig kilometer.
Eenmaal in de hoofdstad verandert het karakter van de rit. De renners werken een stedelijk circuit af waarin de Côte de la Butte Montmartre opnieuw is opgenomen. De kasseiklim richting de omgeving van de Sacré-Cœur wordt in totaal drie keer beklommen. Daarmee behoudt de slotrit een veel selectiever karakter dan de klassieke Champs-Élysées-etappes uit het verleden.
De belangrijkste wijziging ten opzichte van de editie van 2025 bevindt zich in de finale. Volgens de officiële route ligt de laatste passage over Montmartre ditmaal verder van de finish dan een jaar eerder. Daarmee blijft er meer ruimte voor een hergroepering richting de Champs-Élysées en neemt de kans op een sprintscenario toe. Tegelijkertijd kunnen aanvallers en klassieke specialisten proberen het peloton onder druk te zetten op de kasseistroken en de oplopende wegen rond Montmartre.
De slotkilometers blijven plaatsvinden op de iconische Champs-Élysées, waar traditioneel de laatste ritwinnaar van de Tour wordt gehuldigd. Na drie weken koers vormt deze etappe de definitieve afsluiting van de 113e editie van de Ronde van Frankrijk
| Kilometer in de rit (KM) | Naam van de beklimming | Categorie | Lengte (in kilometers) | Hoogtemeters | stijgingspercentage | hoogte bergtop |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 43,1 | Côte du Pavé des Gardes | 4e cat | 0,7 | 68 m | 9,7 | ca. 176 m |
| 90,8 | Côte de la Butte Montmartre | 4e cat | 1,0 | 65 m | 6,5 | ca. 130 m |
| 106,7 | Côte de la Butte Montmartre | 4e cat | 1,0 | 65 m | 6,5 | ca. 130 m |
| 122,7 | Côte de la Butte Montmartre | 4e cat | 1,0 | 65 m | 6,5 | ca. 130 m |